Geschiedenis

Yoga is rond het begin van de 20ste eeuw vanuit India naar het Westen gekomen. Veel van de geschiedenis en de begrippen uit de yoga zijn verbonden met de Indiase cultuur en met het Sanskriet, de klassieke Indo-Europese taal van het oude India. Het woord ‘yoga’ is afgeleid van de Sanskriet wortel ‘yuj’ wat ‘verbinden’ betekent. Ook het Nederlandse woord ‘juk’ is hiervan afgeleid. Yoga is de verbinding tussen het individu en het goddelijke, tussen lichaam en geest, tussen het deel en het geheel. Door middel van fysieke, mentale en spirituele oefeningen wordt getracht deze verbinding tot stand te brengen. Een ‘yogi’ (mannelijk) of ‘yogini’ (vrouwelijk) is iemand die de yoga beoefent.

In het klassieke werk van Patanjali, de Yoga Sutra’s, wordt yoga omschreven aan de hand van de volgende spreuk: chitta vrtti nirodhah (het verstillen van de schommelingen van de geest). De Yoga Sutra’s werden rond de tweede eeuw voor het begin van onze jaartelling geformuleerd en bestaan uit 195 aforismen (korte bondige spreuken) die de yoga beschrijven. Het geldt als één van de belangrijkste werken uit de yogaliteratuur.

 

Andere belangrijke werken uit de yogaliteratuur zijn de Bhagavad Gita en de Hatha Yoga Pradipika.