Begrippenlijst

Begrippen op alfabetische volgorde:

Asana – Zetel, houding. Term die de fysieke yogahoudingen aanduidt.

Ashtanga Yoga – De acht stadia van yoga: Yama, Niyama, Asana, Pranayama, Pratyahara, Dharana, Dhyana, Samadhi.

Ashtanga Vinyasa Yoga – Dynamische yogastijl die bestaat uit verschillende yogaseries.

Bhakti Yoga – Het pad van de liefde en toewijding aan het goddelijke.

Dharana – Concentratie op één punt.

Dhyana – Meditatie. Als de concentratie ononderbroken doorstroomt, doet zich de toestand van dhyana voor.

Hatha Yoga – Oorspronkelijk term voor elke vorm van fysieke yoga. In het Westen wordt deze term vooral gebruikt om een rustige vorm van yoga aan te duiden.

Jnana Yoga – Het pad van de kennis.

Karma Yoga – Het pad van onbaatzuchtig handelen zonder gehechtheid of verwachtingen.

Niyama – Individuele disciplines: saucha (reinheid), santosa (tevredenheid), tapas (ijver of soberheid), svadhyaya (onderzoek van het Zelf), Isvara pranidhana (toewijding aan de Heer).

Prana – Adem, ademhaling, leven, energie, vitaliteit.

Pranayama – Ademhalingsoefeningen, het controleren van de adem.

Pratyahara – Het afsluiten van de aandacht voor de indrukken die van buitenaf komen: het verinnerlijken van de zintuigen.

Samadhi – Staat van bewustzijn waarbij eenwording met het object van meditatie wordt ervaren.

Vinyasa Yoga – Vloeiende, dynamische vorm van yoga waarbij het ritme van de adem gelinkt is aan het ritme van de bewegingen.

Yama – Ethische disciplines: ahimsa (geweldloosheid), satya (waarheidsliefde), asteya (niet stelen), brahmacharya (kuisheid), aparigraha (niet begerig zijn).

Yoga – Verbinding of vereniging van het aardse met het goddelijke, het individu met het grotere geheel, het lichaam met de geest. Yoga is een proces van bewustwording door middel van gerichte aandacht.

Bronnen o.a.:

Iyengar, B.K.S., Yoga Dipika (Licht op Yoga). Uitgeverij Karnak, 2008.

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *